Plant je wortels, oogst je kracht

Ik geloof sterk dat cultuur steun verdient. Ik heb er helemaal geen moeite mee dat de overheid middelen vrijmaakt voor kunst en cultuur, integendeel. Er zijn disciplines waar het simpelweg niet of zeer moeilijk anders kan, waar je zonder financiële steun nooit voldoende middelen hebt om je werk te doen.

Wat ik echter vaak zie – zowel vanuit mijn recente ervaring met het adviseren rond projectbegrotingen als vroeger in mijn eigen trajecten – is dat de blik te snel naar subsidies gaat. Eerst de subsidiemogelijkheden, en pas daarna de vraag: wat kunnen we zelf opbouwen, waar zit onze echte waarde, wie wil hiervoor betalen?

Dat is jammer, want het draait de volgorde om.

Subsidies kunnen een duwtje in de rug zijn, een manier om iets nieuws te proberen of een experiment mogelijk te maken of een aanvullende financiering. Maar zodra ze een vast gegeven worden in je businessmodel, ontstaat er een gevaarlijke afhankelijkheid.

Elke keer opnieuw wordt het spannend: wordt onze aanvraag goedgekeurd of niet? Ondertussen gaat veel energie naar schrijven, aanpassen en verantwoorden – allemaal nuttig op zich, maar niet per se waar je als maker of organisatie het verschil wilt maken.

Ik spreek ook uit ervaring. Toen we met ons platenlabel Conspiracy Records werkten, was er geen subsidiepot waarop we konden rekenen. Alles vertrok vanuit passie, een netwerk en het geloof in de muziek. DIY in de puurste vorm.

Dat maakte het soms moeilijk, maar ook enorm bevrijdend: we waren niemand iets verplicht, bepaalden ons eigen tempo en onze eigen richting. We groeiden traag, maar gestaag, en dat voelde eerlijker en duurzamer. En bovenal: we waren van geen enkele subsidieverstrekker afhankelijk.

Precies dát mis ik soms in de manier waarop artiesten of organisaties vandaag nadenken over financiering.

Het is bijna vanzelfsprekend geworden om eerst te kijken welke subsidies er zijn, en pas daarna de oefening te maken: hoe kunnen we zelf waarde creëren en hoe vertalen we dat naar inkomsten?

–> Terwijl ik denk dat het net andersom moet.

Begin bij de kern: wat heb je te bieden dat écht relevant is, waar mensen geïnteresseerd in zijn en hun geld aan willen geven? Bouw van daaruit je netwerk en je inkomstenmodel op. Gebruik subsidies hoogstens als hefboom of als extra, niet als levenslijn.

Ik ben er dus zoals ik al zei niet tegen, verre van. Subsidies kunnen middelen zijn om te groeien, maar niet om te overleven.

Ik praat zo vaak met mensen die zeggen dat ze echt niet anders kunnen dan muziek maken, kunst maken of creatief zijn. En ik geloof dat helemaal; ik besef dat het voor velen bijna letterlijk ‘levensnoodzakelijk’ is om dat te kunnen doen.

Maar net daarom ga je dat toch niet in de handen leggen van een geldschieter die op elk moment kan bepalen wanneer je niet verder kan?

Echte onafhankelijkheid komt uit het ontwikkelen van je eigen verdienmodel. Dat vraagt lef, doorzettingsvermogen en vooral tijd en geduld. Maar het levert uiteindelijk een veel veerkrachtigere organisatie of werking op, eentje die kan blijven bestaan wanneer de politieke wind eens anders waait.

Meer weten of dit (of een ander) onderwerp?

Neem dan zeker contact met me op: