Wil je subsidies ontvangen? Lees dit dan zeker eerst!
Mijn haat-liefdeverhouding met subsidies
Laat me helder zijn: ik ben niet tegen subsidies. In België moeten steunmechanismen een cruciale rol blijven spelen. De overheid heeft wat mij betreft absoluut de verantwoordelijkheid om kunst en cultuur zuurstof te geven.
Dit is voor veel makers een mooie en belangrijke extra bron van inkomsten die de kwaliteit van hun werk absoluut ten goede komt.
Dat is de ‘liefde’.
Maar hier waarom subsidies vaak ook een negatief effect kunnen hebben:
Ik spreek vanuit mijn ervaring in het adviseren rond subsidiedossiers/ begrotingen op schrijftafels en in individuele adviesgesprekken. En wat ik te vaak zie: projecten die financieel maar nét kloppen… zolang de subsidie toegekend wordt.
Dat is geen gezonde basis.
Wat mij betreft moet de volgorde omgekeerd zijn.
- Zoek eerst maximale eigen financiering: Ticketing, gages, co-producties, partnerships, private investeerders, sponsoring, pre-sales, eigen middelen. Test of er draagvlak is. Als niemand bereid is om ook maar iets te investeren — geld, tijd of engagement — moet je jezelf misschien eerlijke vragen stellen.
- Gebruik subsidie als versterking, niet als fundament: Subsidie moet iets mogelijk maken dat anders kleiner, trager of risicovoller zou zijn. Niet iets dat zonder subsidie simpelweg niet kan bestaan.
Te vaak zie ik het omgekeerde: een begroting die volledig rond de subsidie gebouwd is. Dat maakt je kwetsbaar.
Want wat als je de subsidie niet krijgt?
Probeer altijd met twee scenario’s te werken. Dit is iets wat ik standaard meegeef in adviesgesprekken:
- Scenario A: Je krijgt de maximale subsidie.
Wat schaal je op? Waar verhoog je kwaliteit? Welke extra’s voeg je toe? - Scenario B: Je krijgt géén subsidie.
Wat blijft overeind? Wat minimaliseer je? Hoe maak je het project toch haalbaar?
Als je geen geloofwaardig scenario B hebt, is je project financieel eigenlijk niet stevig genoeg … . Uiteraard weet ik dat sommige producties of plannen bijna niet haalbaar zijn zonder subsidies, zoals een grote theaterproductie. Daarbij weet je op voorhand als maker of gezelschap dat dit enkel kan doorgaan als je subsidies krijgt.
Het is al vaak gebeurd dat artiesten, kunstenaars, muzikanten mentaal helemaal op zijn, omdat ze voor de zoveelste keer een subsidiedossier geschreven hebben, en de subsidie opnieuw niet gekregen hebben. Als ik dan doorvraag, blijkt dat ze vaak meer bezig zijn met het schrijven van dossiers, dan dat ze bezig zijn met hun creatieve bezigheden. Uiteraard gaat je energie dan verloren… . Het lijkt soms wel dat mensen wachten op subsidies om opnieuw creatief en artistiek actief te zijn – bizar toch?
Afhankelijkheid maakt voorzichtig
En wat je bijkomend ook soms ziet, is dat makers hun creatieve keuzes onbewust beginnen afstemmen op wat ze denken dat een subsidiecommissie wil horen. Niet wat artistiek noodzakelijk voelt, maar wat ‘kansrijk’ is binnen een reglement. Dat is een gevaarlijke dynamiek.
Want zodra je creatieve bestaansrecht afhankelijk wordt van beleidsprioriteiten, verlies je autonomie.
En autonomie is net de kern van creativiteit en kunstenaarschap.
Ik blijf dus in mijn haat-liefdeverhouding hangen. Ja, de overheid moet ondersteunen. Maar nee, makers mogen daar niet op leunen als enige pijler.
Subsidie is een hefboom en geen fundament.
En vergeet niet dat de professionele weg die je aflegt als kunstenaar, artiest, muzikant, lang en moeilijk is (maar oh zo leuk) – Met of zonder subsidies.
Meer weten of dit (of een ander) onderwerp?
Neem dan zeker contact met me op:
- Via mail op hello@wing-man.be
- Of Maak een gratis afspraak